foto's, gedichten, sprookjes, columns...in beeld en taal neem ik je mee naar de natuur en maak je kennis met de dieren en de mensen in mijn leven. - de bundel 'ruis en ritsel' is voor 10 euro te koop bij Libris boekhandel Breda of te bestellen via vandenbusscheschrijft@gmail.com-
zaterdag 18 juli 2015
vrijdag 17 juli 2015
vrijdag 12 juni 2015
gedicht NEEM MIJ TOT U (zeefdruk, rode bietjesinkt op eetpapier)
neem mij tot u
eetbaar
gedicht ilse vandenbussche
handschrift daniela
heykoop
zeefdruk grafische
werkplaats raaf te breda
inkt rode
bietjes- & cacao* op eetpapier*
*=
biologisch
Onze
rol in de kringloop zie je het duidelijkst terug in de manier waarop
we met voeding omgaan. Dat is ook waar je invloed op hebt; wat stop
je in je mond en onder welke omstandigheden kwam dat voedsel tot jou?
Dit
gedicht is afkomstig van een rood bietje. De inkt op het eetpapier is
gemaakt van gekookte en gepureerde rode biet, vermengd met cacao.
Alle ingredienten zijn van biologische afkomst. Het publiek mag de
hosties die onder het gedicht liggen tot zich nemen.
Dat
u dit gedicht nu kunt eten heb ik te danken aan een aantal mensen:
Joost
en Tobias als initiatiefnemers van het project Van
Het Kastje Naar De Muur en met hun praktische en inspirerende
hulp, Marieke als kritische meelezer, Erik als meedenker in de
uitvoering, Daniela met haar mooie handschrift, Angela van
biologische bakkerij Zonnemaire voor het eetpapier en Marleen + Renie
van Grafische Werkplaats Raaf voor hun hulp bij het zeefdrukken.
dinsdag 2 juni 2015
gedicht: Waarom
Waarom
sliep ik vannacht zo slecht?
Waarom
voel ik me dan zo onzeker?
Waarom
heb ik niet wat meer ballen?
Waarom
zie ik niet dat ik die allang heb?
Waarom
ben ik zo onzeker?
Waarom
stel ik die vraag twee keer?
Waarom
wil ik een zo risicoloos mogelijk leven lijden?
Waarom
ben ik niet gewoon wat losser?
Waarom
heb ik een hekel aan beeldschermen?
Waarom
weet ik zo goed wat ik wil?
Waarom
dan weer niet als iemand anders iets anders vindt?
Waarom
ga ik schaapachtig lachen als ik moe ben?
Waarom
lach ik niet wat meer om mezelf?
Waarom
zijn er zoveel regeltjes?
Waarom
bedenk ik ze zelf ook nog eens?
Waarom
houd ik me überhaupt zo aan regeltjes?
Waarom
kan ik nu niet op vakantie?
Waarom
denk ik dat ik dat niet kan?
Waarom
ga ik niet?
Waarom
word ik zo moe van mezelf?
Daarom?
maandag 1 juni 2015
sprookje over een fazant en een konijn
‘Hey, Konijn! Wat moet hier dat op mijn terrein?’, riep de fazant. ‘Nou’, zei Konijn, ‘ik wacht op die oogverblindende koplampen en ondertussen droom ik even fijn’. De fazant was hierdoor van zijn à propos en zei toen maar: ‘Zo, zo, en waar droom je dan van?’
’Och, van zoveel. Ik zit hier namelijk al een poos. Ik droom van uitgestrekte velden wortelen, meer dan ik eten kan. Van bedden malse botersla en aan knapperige slaharten knabbel ik dan. Van de lente die straks gaat komen. Met mijn neusje ruik ik het al, ik hoef het niet eens te dromen. En natuurlijk van leuke konijnen met wie ik straks zal spelen, springen, joelen en kroelen. Ik droom van de zon, van wolken en van regen, dat maakt zulke mooi glinsterende asfaltwe- gen. En schitterende parels aan de bladeren van de bomen. Maar weet je beste fazant. Eigenlijk wacht ik op iets vreselijks dat mogelijk ooit zal komen. Die oogverblindende koplampen leggen me helemaal lam. En daarom zit ik hier, stiekem al best een tijdje dan.’ De fazant keek eens goed om zich heen: ‘Maar waar zijn de auto’s dan? Ik zie ze hier nooit. Geen één.’
Konijn schrok op uit zijn gemijmer, keek eens goed rond en staarde daarna bedremmeld naar de grond. Stilletjes dacht hij: wat zit ik hier eigenlijk te dromen en te wachten op wat mogelijk ooit zal komen? Ik zou moeten rennen, huppelen en spelen. Zijn kraaloogjes begonnen te glinsteren, zou hij het durven? Jawel, hij greep deze kans bij de lurven, plantte zijn voorpoten stevig op de grond en trapte met zijn achterpoten ferm in het rond. Daar kukelde de fazant achterover, plat op zijn rug. Konijn keek om en riep vrolijk: ‘Pak me dan als je kan, of ben je niet zo vlug?’
’Och, van zoveel. Ik zit hier namelijk al een poos. Ik droom van uitgestrekte velden wortelen, meer dan ik eten kan. Van bedden malse botersla en aan knapperige slaharten knabbel ik dan. Van de lente die straks gaat komen. Met mijn neusje ruik ik het al, ik hoef het niet eens te dromen. En natuurlijk van leuke konijnen met wie ik straks zal spelen, springen, joelen en kroelen. Ik droom van de zon, van wolken en van regen, dat maakt zulke mooi glinsterende asfaltwe- gen. En schitterende parels aan de bladeren van de bomen. Maar weet je beste fazant. Eigenlijk wacht ik op iets vreselijks dat mogelijk ooit zal komen. Die oogverblindende koplampen leggen me helemaal lam. En daarom zit ik hier, stiekem al best een tijdje dan.’ De fazant keek eens goed om zich heen: ‘Maar waar zijn de auto’s dan? Ik zie ze hier nooit. Geen één.’
Konijn schrok op uit zijn gemijmer, keek eens goed rond en staarde daarna bedremmeld naar de grond. Stilletjes dacht hij: wat zit ik hier eigenlijk te dromen en te wachten op wat mogelijk ooit zal komen? Ik zou moeten rennen, huppelen en spelen. Zijn kraaloogjes begonnen te glinsteren, zou hij het durven? Jawel, hij greep deze kans bij de lurven, plantte zijn voorpoten stevig op de grond en trapte met zijn achterpoten ferm in het rond. Daar kukelde de fazant achterover, plat op zijn rug. Konijn keek om en riep vrolijk: ‘Pak me dan als je kan, of ben je niet zo vlug?’
dinsdag 19 mei 2015
gedicht: papa
hij
voelt de temperatuur van het water
koud
te
koud
voor
dat kleine lijfje
hij
weet het
hij
doet het
hij
laat haar erin zakken
hij
ziet haar
hij
hoort haar
voelt
dat hij leeft
en
toch
toch
ook niet
in
een vacuuum gezogen
alle
geluid uit zijn oren
alle
zuurstof uit zijn hersenen
tot
de klink van de badkamerdeur
naar
beneden gaat
alle
bloed stroomt
pulserend
door zijn aderen
naar
zijn hoofd
helder
alles
heel helder
het
gegil
het
gespartel in het water
dinsdag 12 mei 2015
gedicht zonder titel (ze opent haar mond)
ze
opent haar mond
trekt
haar kaken scheef en
peutert
met haar tong
tussen
haar achterste kiezen
het
voelt dun en dradig
een
beetje scherp ook
eindelijk
beet
met
het puntje van haar tong
brengt
ze de buit voor in haar mond
met
duim en wijsvinger pakt ze de draad
trekt
eraan
ze
kan blijven trekken
dan
spant er iets in haar achterste kies
het
trekt naar haar oren toe
ze
trekt verder
'Au'
door
haar trommelvlies
en
uit haar hoofdhuid
dan
breekt de draad
een
stukje steekt uit haar oor
een
stukje zit tussen haar achterste kiezen
ze
opent haar mond
trekt
haar kaken scheef en
peutert
met haar tong
tussen
haar achterste kiezen
Abonneren op:
Posts (Atom)